Hard werken. Controle houden. Alcohol. Drugs. Dingen verbergen.
Ik kon me aanpassen als de beste. Ik wist precies wat ik moest zeggen, hoe ik me moest gedragen en welk verhaal op dat moment het beste uitkwam.
Allemaal manieren om mezelf staande te houden. Om niet te hoeven voelen wat er werkelijk speelde. Om gedoe, oordeel of afwijzing voor te zijn.
Tot ik op een gegeven moment dacht: dit wil ik niet meer.
Ik wilde niet nóg beter worden in mezelf aanpassen. Ik wilde weten wie ik was zonder al die maskers.
Wie ben ik als ik niet meer hoef te doen alsof?
Die zoektocht veranderde mijn leven, én werd mijn werk.